Heel, heel lang geleden had de struisvogel een korte nek. Met zijn lange poten en korte nek was het heel moeilijk om insecten van de grond te eten, bessen van de doornstruiken te eten en water uit de rivier te drinken. Op een ochtend boog de struisvogel voorover om wat water te drinken. En daar kwam hij krokodil tegen.

Een krokodil zwom al de hele ochtend in de rivier op zoek naar help, dit nu hij wakker was geworden met een verschrikkelijke  kiespijn.  water,  Hij was eerst een baviaan tegengekomen met een baby op haar rug die water wilde drinken uit de rivier. Hij zwom naar haar toe en bleef op afstand liggen om haar niet af te schrikken. Ík heb zo’n ontzettende kiespijn vanmorgen, zou je zo aardig willen zijn om die kies er met je scherpe klauwen uit te trekken?’ De visarend die de krokodil was gevolgd op zijn reis deze morgen schreeuwde: Doe het niet, hij gaat je opeten!’ En dus rende moeder baviaan met haar kind die zich aan haar vasthield, weg van de rivier.

Toen de krokodil de struisvogel zag, vroeg hij opnieuw: ‘ik heb zo’n erge kiespijn vanmorgen, zou je de kies eruit kunnen trekken met je sterke snavel?’ Eerst wilde Struisvogel weglopen, maar toen hij zag dat de krokodil huilde, stond hij onbeweeglijk stil, niet wetend wat te doen. De visarend die iedereen wilde redden riep opnieuw ‘Doe het niet, hij gaat je opeten!’

Toen de struisvogel weg wilde lopen, plengde krokodil nog meer tranen en beloofde dat hij de struisvogel geen kwaad zou doen. De struisvogel kreeg medelijden en tikte in de geopende bek van de krokodil tegen de kiezen. ‘Is deze het?’, of deze?’ Elke keer zei de krokodil, ‘neeeh, neeh’. Dus ging de struisvogel steeds dieper in de mond van de krokodil. Opeens herinnerde de krokodil zich dat hij, doordat hij zo’n pijn in zijn kiezen had, nog geen ontbijt had gehad. Hij klemde zijn kaken om het hoofd van de struisvogel. “Laat me los!’ schreeuwde de struisvogel.

Een olifant was in de buurt aan het badderen en hoorde het gesmoorde geluid van de struisvogel.  Hij schoot uit het water, pakte de lange poten van de struisvogel beet met zijn slurf en trok eraan. Hij liep een stap achteruit en nog eentje. Maar nog steeds was de kop van de struisvogel niet te bekennen. Wel werd zijn net steeds langer en langer. Toen de krokodil opnieuw hevige kiespijn kreeg opende hij zijn bek, waardoor de struisvogel de gelegenheid kreeg om te ontsnappen. Hij rende hard weg van de rivier. Toen hij zijn vaart minderede, merkte hij dat er iets veranderd was. De grond scheen verder weg te zijn en hij kon erbij zonder zijn poten te buigen. De bessen aan de struiken waren makkelijk te bereiken. Hij vroeg zich af wat er veranderd was. Toen vloog de visarend boven zijn hoofd. ‘Wow, kijk wat een lange nek je gekregen hebt, ik had je toch gewaarschuwd om uit de buurt van de krokodil te blijven!’.

En toen wist de struisvogel wat er was veranderd. Hij was helemaal niet blij met wat er was gebeurd in de ontmoeting met de krokodil. Tegelijkertijd was hij erg in zijn sas met zijn nieuwe lange nek. Sinds die tijd blijven struisvogels in de bush, ver weg van de rivier- en hebben ze allemaal hele lange nekken.

Bron: How the Ostrich Got Its Long Neck by Verna Aardema

 

Acht fascinerende feiten over de struisvogel

  1. Met zijn 2,5 meter hoogte is de struisvogel  ’s werelds grootste en zwaarste vogel. Zijn grote gewicht, tot 145 kg maakt het voor de vogel onmogelijk om te vliegen. De voorwaardse trap met de poten kan een leeuw  doden.
  2. Struisvogels zijn de snelste loopvogels of welk ander tweepotig dier ook. Ze kunnen snelheden bereiken van wel 70 km/u en kunnen per pas zo’n 5 meter overbruggen. En ze kunnen deze snelheid wel een half uur volhouden. In tegenstelling tot andere vogels die drie of vier tenen hebben, heeft een struisvogel maar twee tenen aan elke voet. Daardoor kunnen ze deze snelheden bereiken.
  3. De vleugels van struisvogels bereiken een spanwijdte van ongeveer 2 meter en worden gebruikt voor paardansen, het geven van aan schaduw aan de kuikens, om de naakte huid van de bovenbenen en de flanken te beschermen en om warmte te bewaren, en zijn een soort roer om van richting te veranderen terwijl ze hardlopen.
  4. De ogen van een struisvogel hebben de grootte van een biljartbal. Ze nemen zo veel ruimte in de schedel in, dat de hersenen minder groot zijn dan elk van de oogbollen. Dit kan de reden zijn dat de struisvogel, ondanks zijn enorme snelheid, is niet erg goed in het ontwijken van roofdieren. Ze hebben dan de neiging om in cirkels rond te rennen.
  5. Struisvogels hebben drie magen. Het dieet van een struisvogel bestaat voornamelijk uit plantaardige materie, maar ze zullen af en toe prooi op slangen, hagedissen en zelfs knaagdieren. Doordat ze tandloos zijn, slikken struisvogels kiezels waarmee ze hun voedsel vermalen. Een volwassen struisvogel draagt altijd ongeveer 1kg stenen met zich mee!
  6. Alle struisvogelhennen in een groep leggen hun eieren in een 3 meter breed nest van het dominante vrouwtje. Deze legt haar eieren in het centrum. Elk struisvogelvrouwtje kan de eigen eigen terugvinden. Alle eieren worden overdag uitgebroed door het dominante vrouwtje, terwijl ’s nachts het mannetje op de eieren zit. Doordat het vrouwtje lichter van kleur is, beschut ze zo overdag de eieren tegen roofdieren. Het mannetje is zwart van boven, waardoor het nest ook  ’s nachts niet te zien is.
  7. In tegenstelling tot wat algemeen voor waar wordt aangenonmen, stoppen struisvogels hun kop niet in het zand. Deze mythe komt waarschijnlijk voort uit het feit dat bij dreigend gevaar de struisvogel zijn nek op de grond legt, zodat hij minder zichtbaar is. Ook als ze slapen leggen ze hun nek zo neer. Omdat met name de vrouwtjes struisvogels met hun bruine kleur onzichtbaar worden op een zanderige bodem, lijkt het alsof ze hun kop in het zand steken.
  8. Struisvogels kom je in de wintermaanden alleen of in paren tegen. Tijdens het broedseizoen leven struisvogels in een aantal nomadische groepen van 5-100 vogels die meestal samen optrekken met grazers als antilopen en zebra’s.

    Deze diashow vereist JavaScript.

     

FEED-FORWARD